Meteen toen ze over de top van de heuvel waren, kwamen ze bij het bosje dennenbomen. Van de weg afgaand, gingen ze de zwaar naar hars geurende duisternis van de bomen in, en verzamelden dode takken en dennenappels om een vuur te maken. Weldra hadden ze een vrolijk knappend vuur aan de voet van een grote den en zaten er een tijdje omheen, tot ze begonnen te knikkebollen. Toen, elk in een glooiing van de wortels van de grote boom, wikkelden ze zich in hun mantels en dekens, en waren weldra vast in slaap. Ze zetten geen wacht uit; zelfs Frodo vreesde nog geen gevaar, want ze waren nog steeds in het hart van de Gouw. Toen het vuur was uitgedoofd, kwamen enkele dieren naar hen kijken. Een vos, die door het bosje kwam, bleef een paar minuten staan snuffelen. hobbits, dacht hij. Wat zullen we nou hebben? Ik heb gehoord dat er rare dingen in dit land gebeuren, maar ik heb nog nooit gehoord van een hobbit die buitenshuis onder een boom slaapt. Laat staan drie! Daar zit iets heel vreemds achter. Hij had volkomen gelijk, maar hij is er nooit meer over aan de weet gekomen.
Search
Author(s)
- J.R.R. Tolkien (auteur)
- Max Schuchart (vertaler)
Illustraties
-
Een vos, die door het bosje kwam, bleef een paar minuten staan snuffelen. hobbits, dacht hij. Wat zullen we nou hebben? Ik heb gehoord dat er rare dingen in dit land gebeuren, maar ik heb nog nooit gehoord van een hobbit die buitenshuis onder een boom slaapt. Laat staan drie! Daar zit iets heel vreemds achter.