Alle media (25)
Een vos, die door het bosje kwam, bleef een paar minuten staan snuffelen. hobbits, dacht hij. Wat zullen we nou hebben? Ik heb gehoord dat er rare dingen in dit land gebeuren, maar ik heb nog nooit gehoord van een hobbit die buitenshuis onder een boom slaapt. Laat staan drie! Daar zit iets heel vreemds achter.
‘Ik dank u hartelijk, Gildor Inglorion,’ zei Frodo met een buiging. ‘<i>Elen síla lúmenn’ omentielvo</i>, – een ster schijnt neer op het uur van onze ontmoeting,’ voegde hij er in de hoogelfse taal a
Frodo bleef lang wakker, met Gildor pratend.
‘Als u niet terugkomt, meneer, zal ik ook niet terugkeren, dat staat als een paal boven water,’ zei Sam. <i>Laat hem niet in de steek</i>, zeiden ze tegen me. <i>Hem in de steek laten,</i> zei ik. <i>Daar denk ik niet over. Ik ga met hem mee, al klimt hij naar de maan. En als ooit een van die Zwarte Ruiters hem probeert tegen te houden, zal hij eerst met Sam Gewissies moeten afrekenen,</i> zei ik
Bij de naam Balings schrok de boer en keek Frodo scherp aan. Eén ogenblik dacht Frodo dat hij zich de gestolen champignons herinnerde, en dat hij de honden zou bevelen hem uitgeleide te doen. Maar boer Van der Made pakte hem bij de arm.
Daarop pakte hij zijn lelies en toen ging hij met een uitnodigend handgebaar huppelend en dansend langs het pad
Hij draaide zich om, en daar in het koude schijnsel zag hij Sam, Pepijn en Merijn naast zich liggen.
Terwijl ze zaten te eten, ging Tom de grafheuvel op en inspecteerde de schatten. De meeste ervan legde hij op een hoop, die in het gras glinsterde en fonkelde.
Het dorpje Breeg telde ongeveer honderd stenen huizen van de Grote Lieden, voornamelijk boven de Weg, tegen de helling van de heuvel genesteld, met ramen die op het westen uitzagen. Aan die kant, in een halve cirkel om de voet van de heuvel, lag een diepe greppel met een dichte haag aan de binnenkant ervan. De Weg liep hieroverheen, maar waar hij de haag doorsneed, werd hij versperd door een grote poort.
Er was hete soep, koud vlees, een bosbessentaart, verse broden, plakken boter en een halve roomkaas; goed, eenvoudig eten, even goed als men in de Gouw gewend was, en huiselijk genoeg om de laatste van Sams bedenkingen (die al aanzienlijk waren verlicht door de voortreffelijkheid van het bier) weg te nemen.
Weldra was er geen twijfel meer mogelijk: op de helling stonden drie of vier lange zwarte gestalten op hen neer te kijken.
Het lot had mij aangewezen om de Weg te nemen, en ik kwam aan de Brug van de Mitheithel en liet daar een teken achter, bijna zeven dagen geleden.