Trefwoord: merry (10)
Daarop pakte hij zijn lelies en toen ging hij met een uitnodigend handgebaar huppelend en dansend langs het pad
Hij draaide zich om, en daar in het koude schijnsel zag hij Sam, Pepijn en Merijn naast zich liggen.
Terwijl ze zaten te eten, ging Tom de grafheuvel op en inspecteerde de schatten. De meeste ervan legde hij op een hoop, die in het gras glinsterde en fonkelde.
Er was hete soep, koud vlees, een bosbessentaart, verse broden, plakken boter en een halve roomkaas; goed, eenvoudig eten, even goed als men in de Gouw gewend was, en huiselijk genoeg om de laatste van Sams bedenkingen (die al aanzienlijk waren verlicht door de voortreffelijkheid van het bier) weg te nemen.